|
Ter gelegenheid van het 8e lustrum van ZC Den Haag I interviewde de toenmalige president Martijntje Grande vier oud-Zontians onder wie twee charterleden: To Beets, Nel Wunderink, Sjoeke Houpst en Berthe van der Waag.
To en Sjoeke zijn niet meer in ons midden, met Nel en Berthe is er regelmatig contact. De laatste bezoekt bovendien nog regelmatig de maandelijkse bijeenkomsten.

To Beets is de eerste Zontian in Nederland. In 1962 , op reis door de VS ontmoette ze in Annapolis (Midden-Amerika) de governor van district 3. Deze nodigde To uit voor een clubbijeenkomst, en bovendien voor een charterbijeenkomst in haar district.
Niet lang daarna ontving To een officiële brief van Zonta International dat zij was aangewezen (!!!, over de methoden van HQs gesproken…) om Zonta op te richten in Nederland.
To wist toen in de verste verte nog niet wat Zonta was. Het interesseerde haar trouwens amper, ze had het druk met man en kinderen en met haar baan in de advertising bij een Amerikaanse onderneming in Amsterdam
Maar haar baas zei haar toen: 'Do it, its good for my image'.(!) Kort daarna werd ze uitgenodigd voor een breakfast en kwam er per post een informatiepakket
Daarmee is To leden gaan werven. Vanuit haar eigen Indische verleden richtte ze zich op vrouwen die teruggekeerd waren uit Indonesie, die hun man verloren hadden en alleen stonden voor de opvoeding van de kinderen. Van deze groep woonden de meesten in Den Haag. Zo werd in 1964 ZC Den Haag (later DH I) de eerste club in Nederland.
To : 'Ik ben er achteruitlopend ingegaan.' Later, terug in Indonesië, kon ze bovendien terecht bij ZC Jakarta.
Nel Wunderink kende het fenomeen serviceclub al, en was meteen gemotiveerd toen dit ook voor vrouwen in het leven werd geroepen. Zo ook Sjoeke Houpst, als tandarts volledig in een mannenwereld, zegt blij te zijn met de uitnodigingsbrief die ze in 1963 van To Beets kreeg. De oud-leden noemen het lidmaatschap als een kans, dat vrouwen in uiteenlopende beroepen elkaar leren kennen.
Nel is nog altijd blij dat je ook als homemaker lid kunt worden, dat ook dat echt als beroep gewaardeerd werd, en vertelt smakelijk van een van de eerste fundraisingsprojecten 'vrijwilligsters voor de manege bij Madurodam', ten bate van gehandicapte kinderen.
Zo kan een club een verruiming betekenen van je horizon, en dat nog meer door de toentertijd veelvuldige buitenlandse contacten. Daar lag ook de kracht van de club, dat zou nu nog zo moeten zijn: 'Z.I is een enorme kracht. Wat kan die niet doen in Europa!' De oud-leden betreuren het dat deze kant van het clubleven zo naar de achtergrond is geraakt. En raden ieder met klem aan over de grenzen te kijken, districtsconferenties te bezoeken en daar vriendschappen aan te knopen.
De dames schuwen ferme uitspraken niet:
'Niet: ze moeten iets doen, wij moeten er iets aan doen.'
En: 'Wij kunnen de wereld vooruit helpen vanuit het aspect van de vrede.' |